|
Smeerolie

Om iedereen deelgenoot te maken van de olie perikelen heb ik nog eens wat feiten
op een rij gezet.
Tegenwoordig zijn er zoveel soorten olie op de markt dat het vaak moeilijk is te
bepalen wat nu werkelijk goed is voor onze motoren. De meningen daarover lopen
dan ook sterk uiteen. De een zweert bij een oud type olie waar de ander beweert
het modernste van het modernste toe te passen. Zoals zo vaak met dit soort
dingen ligt de waarheid meestal ergens in het midden.
Wat is nou eigenlijk smeerolie?
Smeerolie is de scheidingsstof tussen twee ten opzichte van elkaar bewegende
delen, met als doel het directe contact tussen die delen te voorkomen waardoor
slijtage en wrijving zoveel mogelijk beperkt wordt.
In onze motorfietsen treffen we drie verschillende toepassingen aan. Motorolie,
transmissieolie en hydraulische olie.
Motorolie
Als we het over olie hebben voor onze motorfiets dan bedoelen we meestal de
motorolie. Dat is ook de olie die de laatste jaren de meeste ontwikkelingen
heeft doorgemaakt. Niet in het minst omdat motorolie onder de meest extreme
omstandigheden zijn werk moet doen.
De verschillende functies van motorolie zijn:
Smeren van de onderling bewegende delen
Koelen van de motor
Bescherming tegen corrosie
Schoon houden van de motor
Afdichten van zuigerveren, klepgeleiders, keerringen, enz.
Als olie een lange tijd in de motor gebruikt wordt loopt de kwaliteit sterk
achteruit. De staat van de motor, de bedrijfsomstandigheden en de hoeveelheid
olie zijn factoren die het afbraak proces sterk beïnvloeden. Om motorolie beter
bestand te maken tegen deze factoren zijn er additieven (dopes) aan toegevoegd.
De juiste additieven zijn enorm belangrijk en de benodigde kennis bij
fabrikanten daarover gaat erg ver. De uitspraak "olie is olie" gaat dan ook niet
op.
Viscositeit van motorolie:
“Onder viscositeit wordt verstaan de mate van vloeibaarheid van de olie bij
een bepaalde temperatuur. Olie met hoge viscositeit "dikke olie" is geschikt
voor lage toeren, hoge belastingen, hoge temperaturen en vermindering van
lekkages op afdichtingen. Olie met een lage viscositeit is meer geschikt voor
hoge toeren, lage weerstand en lage temperatuur.
De viscositeit van minerale olie wordt bepaald aan de hand van verschillende
analyse methoden. De tegenwoordig meest gebruikte begrippen in de smeerolie
wereld zijn; de dynamische viscositeit en de kinematische viscositeit.
Bijgaande
informatie vond ik in een profielwerkstuk Natuurkunde.
In
plaats van kinematische viscositeit spreekt met ook wel van statische
viscositeit. Het woord zegt het dus al: Kinematisch is de viscositeit
als de stof in rust is, dynamisch als de stof in beweging is. (als er
een afschuifspanning aanwezig is). Nu bestaan er diverse soorten
stoffen. je hebt bv newtonse vloeistoffen, niet-Newtonse vloeistoffen,
stoffen die "Shear-thinning" of "shear-thickening" zijn. Belangrijk is
nu even "Shear-thinning/thickening". (Shear=afschuifspanning). Het
betekend dus dat sommige stoffen dikker (visceuzer) worden als de
afschuifspanning groter wordt (denk aan bijv slagroom). Andere worden
juist dunner bij hogere afschuifspanning (yoghurt). Olie heeft echter de
eigenschap om (nagenoeg, afhankelijk van de samenstelling van de olie)
afschuifspanning onafhankelijk te zijn. Hierbij is de viscositeit dus
niet afhankelijk van de snelheid. (Aangezien de eenheden niet gelijk
zijn, kan je niet zeggen dat de kinematische viscositeit gelijk is aan
die van de dynamische, maar ze zijn wel recht evenredig. In dit
profielwerkstuk is gekozen om de kinematische viscositeit te berekenen.
Zeer waarschijnlijk omdat deze eenvoudiger te bepalen is. Alleen al om
het feit dat je voor de dynamische viscositeit (zeker voor een
profielwerkstuk!) dure apparatuur nodig hebt. Een beetje capillair
rheometer bijv kost al enige 10.000-den eurotjes...plus dat hierbij nog
meer theorie aanvast zit. (bagley & rabinowitsch correcties!) □
Voor smeerolie,
zowel in de industrie als voor de motorvoertuigen, wordt de kinematische
viscositeit als standaard gehanteerd. Deze grootheid wordt uitgedrukt in
Stokes of centi-stokes ( cSt. = 0,01 St.).
Een ander begrip wat met vloeibaarheid te maken heeft is de
viscositeitsindex (Vi). Dit is een empirisch getal, dat de mate van
viscositeitverandering onder invloed van temperatuur weergeeft. Hoe
hoger de viscositeitindex hoe minder de eigenschappen van de olie
veranderen onder invloed van temperatuur. Dus olie met een hoge
viscositeitindex verdikt minder bij lage temperatuur en verdunt minder
bij hoge temperatuur.
Een multigrade olie heeft dan ook een hoge viscositeitindex. Hij voldoet
aan de specificaties voor dunne olie bij lage temperatuur en
gelijktijdig aan de specificaties van dikke olie bij hoge temperatuur.
Multigrade olie heeft dus de eigenschappen van een lage en een hoge
viscositeit verenigt in een olie. Een monograde heeft een Vi van 90 en
een multigrade heeft een Vi van 130.
Om een en ander wat overzichtelijker te maken heeft de
voertuigindustrie, verenigd in de "Society of Automotive Engineers", een
schaal ontworpen speciaal voor motor- en transmissieoliën. Daarin geeft
het alom bekende SAE getal een bandbreedte weer waaraan een olie moet
voldoen. Een SAE 30 bijvoorbeeld moet een viscositeit bij 100 °C hebben
van 9,3-tot 12,5 cSt. en een SAE 50 moet tussen 16,3- tot 21,9 cSt.
zijn. Zoals je ziet zijn dat best ruime marges.
Bij een temperatuur van 150 °C, wat in de buurt van de verbrandingskamer
ruimschoots aanwezig is, moet de viscositeit van SAE 30 nog minimaal 2.9
zijn en van een SAE 50 nog 3,7.
Om het begrip SAE
toch nog verwarrend te maken is er voor transmissieolie een andere
schaal bedacht. Deze olie is wat dikker dan de gemiddelde motorolie
zodat de schaal wat naar boven is aangepast. Een SAE 80 W transmissie
olie is net zo dik als een SAE 30 motorolie en een SAE 90 transmissie
olie is net zo dik als een SAE 50 motor olie.
|
Visc. bij
100 ºC |
4 |
6 |
8 |
10 |
12 |
14 |
16 |
18 |
20 |
22 |
24 |
|
SAE
motorolie |
5
10 |
20 |
30 |
40 |
50 |
|
SAE
transmissie |
75W |
80W |
85W |
90W |
|
Visc. bij
40 ºC |
20 |
40 |
60 |
85 |
115 |
140 |
175 |
205 |
240 |
280 |
315 |
Voor olie in de
industrie wordt een ISO codering als maatstaf aangehouden. Als je bv.
een compressor olie koopt dan staat achter de soortnaam altijd een getal
vermeld wat de ISO klasse weergeeft. Dit getal komt overeen met de
viscositeit bij 40° C.
De standaard reeks
daarin is 22, 32, 46, 68, 100, 150, 220, 320 enz.
Andere eigenschappen van motorolie.
Naast het smeren zijn er andere eigenschappen van motorolie die van
belang zijn voor het goed functioneren. Alle moderne motorolie is dan
ook voorzien van additieven (dopes) die er voor zorgen dat de
eigenschappen verbeteren. Er zijn bv. dopes die er voor zorgen dat
neerslag wordt beperkt en het vuil in oplossing blijft Andere zaken die
er aan toe gevoegd worden zorgen voor een betere bestendigheid tegen
hoge temperatuur, een goed ontluchtend vermogen, anti corrosie middelen
enz. enz. Er zijn natuurlijk ook toevoegingen die de smerende
eigenschappen verbeteren. Doordat al deze toevoegingen sterk kosten
verhogend werken is er tevens veel aandacht om de levensduur te
verlengen. Ondanks zware bedrijfsomstandigheden zijn er soorten die
tienduizenden kilometers mee kunnen. Het zijn de toevoegingen die het de
koper moeilijk maakt om zijn keus te bepalen. In de basis zijn er nl.
maar drie soorten olie waaruit alle producten samengesteld worden.
Verschillende typen basisolie:
Minerale olie
Deze
olie wordt verkregen door raffinage van aardolie. Ondanks de
kwaliteitsverbeteringen door de jaren heen blijft minerale olie een
mengsel van koolwaterstoffen waarin een deel onverzadigd is. Door
thermische belasting kunnen er dan ook ongewenste reacties ontstaan
waardoor de kwaliteit snel achteruit zal gaan. De kwaliteit van olie op
deze basis hangt daarom sterk af van de herkomst, raffinage en de
additieven.
Half synthetische
olie
Deze
olie is gebaseerd op minerale olie die onder hoge druk en op hoge
temperatuur ontdaan wordt van onverzadigde koolwaterstoffen. Na dit
proces ontstaat een stabielere olie die beter bestand is tegen hoge
temperaturen en die een hogere viscositeitindex heeft.
Synthetische olie
Deze olie wordt geproduceerd in een volledig beheerst chemisch
proces waardoor de eigenschappen van de olie vooraf bepaald kunnen
worden. De nadelen van minerale olie zijn verdwenen en de viscositeit
blijft over een groot temperatuurgebied vrijwel constant. Synthetische
olie gebaseerd op polyglycol is niet mengbaar met minerale olie.
Gebaseerd op poly(alpha)oliefin PAO is wel mengbaar met minerale olie.
Synthetische olie kan overigens wel agressief zijn tegen verschillende
materialen zoals pakkingen en afdichtingen.
Classificatie van motorolie
Er zijn verschillende classificatie systemen om de kwaliteit van
motorolie weer te geven. Deze systemen worden meestal door gebruikers
groepen ontworpen. Op de auto-industrie gericht zijn de drie volgende
het meest voorkomend;
De API classificatie ( American Petroleum Institute )
De CCMC ( Committee of Common Market automobile Constructors) deze
commissie is in 1997 vevrangen door de ACEA. Ontworpen voor de Europese
Auto industrie
De MIL spec. ( Military Specifications )
API classificatie
Het API systeem is gericht op voertuigen die geproduceerd worden in
Amerika. De codering die daarbij wordt gebruikt bestaat uit een
combinatie van twee letters. Voor benzine motoren begint de combinatie
met een "S" van Service fill en voor de diesel motoren met de letter "C"
van Commercial vehicle. Voor tweetakt motoren begint de classificatie
met de letter “T” van Two-cycle engines.
Als je olie koopt
zal je deze codering meestal op het etiket vinden. Voor benzine
motoren geeft dit het volgende overzicht.
|
API code |
Classificatieomschrijving |
|
SA |
Voor
motoren onder zeer lichte bedrijfsomstandigheden. Vrijwel
ongedoopte olie met eventueel een stolpunt verlagende en een
antischuim toevoeging. |
|
SB |
Voor
motoren onder gunstige bedrijfsomstandigheden met toevoegingen
voor een beperkte bescherming tegen slijtage, olieoxidatie en
lagercorrosie. |
|
SC |
Olie met
dopes tegen slijtage, roestvorming en sludgevorming bij hoge en
lage temperaturen. |
|
SD |
Geeft een
betere bescherming op dezelfde punten als SC olie.
|
|
SE |
Deze olie
geeft meer bescherming tegen olieoxidatie, lagercorrosie,
roestvorming en tevens een verbeterde bescherming tegen
sludgevorming bij hoge temperaturen. |
|
SF |
Voldoet aan
de eisen gesteld in SE echter met verbeterde oxidatiestabiliteit
en anti slijtage eigenschappen. |
|
SG |
Eisen als
SF en daarbij geschikt voor motoren met drukvulling en
verbeterde eigenschappen t.a.v. oxidatiestabiliteit, anti
slijtage eigenschappen en weerstand tegen neerslag vorming. |
|
SH |
Gelijk aan
SG maar sterk brandstof besparend.
|
|
SJ |
Als SG maar
met extra toevoeging tegen nokkenas slijtage en vorming van
black sludge.
|
Omdat in Amerika de
auto's vaak uitgerust zijn met grote laag belaste motoren zijn de eisen
die gesteld worden aan de olie lager. De eisen die gesteld worden
volgens het CCMC systeem zijn duidelijk strenger. Hieronder volgt een
vergelijking met de codes van de drie classificatie systemen. SA, SB en
SC komen daar niet in voor. API CCMC MIL-spec.
|
API code |
CCMC of
ACEA code |
Mil-spec |
|
SD |
- - |
MIL-L-2104B |
|
SE |
GL1 |
MIL-L-46152 |
|
SF |
GL2 |
MIL-L-46152C |
|
SG |
GL3 |
MIL-L-46152D |
|
SH |
GL4 |
|
|
SJ |
GL5 |
|
Met deze wetenschap wordt het al wat eenvoudiger een goede kwaliteit van
een mindere te onderscheiden.
Transmissie olie
Naast de API classificatie voor motorolie bestaat er ook een
codering voor transmissie olie. De indeling bestaat uit de letter
combinatie GL ( gear lubricant ) gevolgd door een cijfer. De
gebruikelijke aanduidingen zijn GL-1, GL-2, GL-3, GL-4 en GL-5. GL-1
beschrijft een ongedoopte olie, alleen geschikt voor zeer lichte
belasting. GL-2 omvat producten voor wormoverbrenging. GL-3 is bedoeld
voor lichtbelaste versnellingsbakken. GL-4 voor zwaarder belaste
versnellingsbakken en licht belaste achterasoverbrengingen. GL-5 is
bedoeld voor zwaar belaste hypoidoverbrengingen. Met name de GL-4 en 5
producten bevatte zg. EP toevoegingen die chemisch actief zijn. Voor de
automobiel toepassing is dit noodzakelijk maar voor de oudere tweetakten
met een natte koppeling niet te adviseren.
Wat moeten we nu gebruiken in onze klassiekers?
Het antwoordt op deze vraag is niet zo eenvoudig. Er is niet voor niets
veel discussie over. Moet je speciale motorfietsolie gebruiken? Waarom
is auto motorolie geschikt? Moet het single- of multigrade zijn? Zijn al
die toevoegingen wel belangrijk voor een oud ontwerp? Als de motor nooit
gerevideerd is kan moderne olie dan ook? Is er verschil in olie voor een
luchtgekoelde of een watergekoelde motor? Wat moet er in de
versnellingsbak?
Ten tijde van het ontwerp van onze motoren was multigrade olie nog niet
zo goed ontwikkeld en werd olie zonder additieven gebruikt. De motor
smering is los van de versnellingsbak / koppeling zodat dezelfde olie
gebruikt werd als in een automotor. Men moest voor de winter en zomer
verschillende viscositeiten gebruiken. Er moest vaak ververst worden en
de levensduur van een motor was, in vergelijk met de huidige techniek,
beperkt. De matige kwaliteit smeerolie speelde daar ook een grote rol
in. Later werden additieven toegevoegd en ontstond de single grade olie
die meer bescherming bood en langer mee ging. De olie voor de zomer
moest echter nog steeds vervangen worden door een dunnere in de winter.
Dit probleem werd opgelost met de productie van multigrade. Dik genoeg
bij hoge bedrijfstemperatuur en dun genoeg voor de koude start en
wintergebruik. Vooral de viertakten met hun drukgesmeerde glijlagers en
hoge circulatie snelheid hebben daar veel voordeel aan. Tijdens de
verdere ontwikkeling zijn er steeds meer toevoegingen gekomen die de
kwaliteit verbeterden. Deze verbeteringen komen ook onze motoren ten
goede.
Een persoonlijk advies!
Voor het olie injectiesysteem gebruik ik een single grade olie op
minerale of semisynthetische basis van minimaal API TC kwaliteit (ik
gebruik Valvoline 2T). Voor de versnellingsbak gebruik ik een multigrade
semisynthetische transmissieolie 75W-90 met een API GL3 of API GL4
kwaliteit. Tevens kies ik olie van een gerenommeerde fabrikant,
bijvoorbeeld Fuchs Silkolene Gear Oil. De toevoegingen die o.a. voor de
hoge viscositeitindex zorgen moeten van goede kwaliteit zijn. Een
goedkope olie degradeert al snel onder de bedrijfsomstandigheden waar
onze motoren onder moeten functioneren. Hebben ze het dan zo slecht?
Vaak wel. Te hard rijden op de snelweg, lang wachten voor een stoplicht
(bij alle Suzuki motoren loopt de oliepomp niet als de koppeling
ingetrokken is !!), sterk wisselende temperaturen, veel korte ritten. Zo
kan ik nog wel even doorgaan. Daarbij moet je ook niet uit het oog
verliezen dat de motoren wel oud zijn maar best wel een hoog specifiek
vermogen bezitten.
Olie verversen doe ik een keer per 1 of 2 jaar en dan wel vlak voor de
winter. Als je gebruikte olie de hele winter in je motor laat staan kan
het condensvocht in de olie schade veroorzaken. De technische staat
bepaalt natuurlijk ook de levensduur van de olie. Versleten afdichtingsrubbers zorgen ervoor dat er veel benzineresten in de
versnellingsbakolie opgenomen worden waardoor de olie al heel snel zijn
goede eigenschappen verliest. Met goede olie kun je een versleten motor
niet beter maken. Olie van hoge kwaliteit kan een goed gereviseerde
motor die verstandig gebruikt wordt lang mee laten gaan.
Synthetische olie
Kunnen we ook deze olie soort gebruiken? Als je op zoek gaat naar
een synthetische olie die met zijn viscositeit in de buurt komt van de
SAE 30 dan is dat best moeilijk. Deze olie is toch meer ontworpen voor
de moderne generatie motoren waarbij met veel lagere spelingen wordt
gewerkt. De lagere viscositeit geeft een goede doorstroming en minder
weerstand als ze warm is. Daardoor wordt ook nog een gunstig
brandstofverbruik gerealiseerd. Het smeersysteem van oudere motoren is
ontworpen voor grotere toleranties tussen de te smeren onderdelen en de
oliepomp is ontwikkeld voor dikkere oliesoorten. Ondanks dat de
kwaliteit van synthetische olie zeer goed is lijkt het voor de
klassieker een brug te ver. Ook spreekt men van een agressieve houding
van synthetische oliën ten opzichte van de oudere rubberen afdichtingen
(de nieuwe rubbers zijn meestal o.b.v. siliconen).
Naast de motor smering is er natuurlijk nog de versnellingsbak en (meestal)
de voorvorkvering. Vaak is hier niet zoveel discussie over. Voor de
versnellingbak is er voldoende keus. De belangrijkste eigenschap, naast
het smeren, van deze olie is dat het een goed ontluchtend vermogen moet
hebben. Olie die sterk schuimend is zal de rechte tanden van de bak
slecht smeren. De voor de versnellingsbak ontworpen olie heeft deze
eigenschappen in zich. Als je de goede viscositeit kiest en een API
kwaliteit GL3 dan heb je een goede olie te pakken. Er zijn ook soorten
op de markt met zg. EP eigenschappen. In het API systeem worden die
aangeduid met GL4 en GL5. Deze olie is ontworpen voor zeer zwaar belaste
systemen uitgerust met hypoïdvertanding. Het kan voorkomen dat dit soort
olie in bepaalde toepassingen slechter is dan conventionele olie.
Gewone multigrade motorolie (bijvoorbeeld 15W-40) kan ook maar de toevoegingen in deze olie zouden er
wel voor kunnen zorgen dat de koppeling gaat slippen.
Voor de voor- en/of achtervering moet een olie gebruikt worden die
geschikt is voor hydraulische systemen. De druk in de demping kan nl.
zeer hoog oplopen. Ontluchtende eigenschappen van deze olie is zeer
belangrijk. Als er veel lucht in de olie wordt opgenomen gaat de
dempende werking achteruit. De viscositeit is een belangrijke eigenschap
die de demping bepaald. Ja kan hier binnen de marge zelf je voorkeur in
bepalen. Hoe dikker de olie des te zwaarder is de demping.
Ik hoop dat dit overzicht wat klaarheid heeft gegeven in smeerolie land
waardoor iedereen wat gemakkelijker een keus kan maken uit de vele
soorten die tegenwoordig op de markt zijn.
Bron: o.a. Louis van
Krimpen

|